Ik haat mijn leven

Ik haat mijn leven - Een afgewezen gevoel
Ik werd weer eens op de vloer van de badkamer wakker. Al mijn vrienden waren weer vertrokken omdat ik ze niet had kunnen binnenlaten. Ik was weer alleen. Ik dacht: "Ik haat mijn leven". En die gedachte had ik al lang. Zo lang als ik me kon herinneren waren liefde en acceptatie de enige dingen die ik echt wilde. In plaats daarvan werd ik belachelijk gemaakt en geplaagd vanwege mijn uiterlijk en mijn zogenaamde "gebrek aan hersenkracht". Hierdoor had ik helemaal geen noemenswaardige persoonlijkheid, niets dat iemand ook maar aanleiding zou geven om tijd met me te willen doorbrengen.

Ik haat mijn leven - Verlangen naar liefde en acceptatie
Hoe was ik op dit punt aangekomen? Zelfs toen ik nog klein was, hoorde ik nooit echt ergens bij. Ik was niet knap, ik was te klein en ik bleef op een bepaald moment een beetje achter bij mijn klasgenootjes op mijn nieuwe school. Op die nieuwe school had ik mijn eerste ervaring met afwijzing. Die ervaring zou me littekens geven die ik voor de rest van mijn leven zou dragen. Toen ik het daaropvolgende jaar naar een andere school moest verhuizen, wist ik dat niemand me aardig zou vinden, dus speelde ik toneel. Ik wees hen af voordat zij mij konden afwijzen. Het enige dat ik wilde was van de aardbodem verdwijnen, maar het leven ging maar door en ik was hierin geen vrijwillige deelnemer.

Toen ik van de basisschool naar de middelbare school overstapte, wilde ik dat graag doen zonder de aandacht op me te vestigen. Maar die zomer had ik veel te veel tijd in het zwembad doorgebracht en het chloor had mijn haar een groene kleur gegeven. Je kunt je wel voorstellen welke naam ze verzonnen voor de langste leerling in de klas die ook nog eens groen haar had. Het was voor mij weer een nieuwe reden om in een hoek te kruipen en me te verstoppen. En dat is wat ik gedurende mijn hele middelbare schooltijd wilde doen: me verstoppen.

Al die tijd schreeuwde mijn hart om liefde en aanvaarding, maar ik kon op geen enkele manier geloven dat ik die ooit zou ontvangen. Behalve mijn naaste familie leek er niemand ook maar wat om te geven of ik ook maar leefde. En zelfs aan hen begon ik te twijfelen.

Ik haat mijn leven - Het studentenleven
Na de middelbare school vertelden mijn ouders me dat ik naar de universiteit moest gaan. Op dit moment presteerde ik werkelijk ver beneden peil. Ik had daarom echt geen zin om aan een universiteit te gaan studeren. Ik had geen andere keuze, maar voor het eerst in mijn leven had ik voor mezelf een doel gesteld. Ik nam me voor om aanvaard en populair te worden. Het maakte niet uit hoe ik dat doel zou bereiken, maar wie gaf daar nou wat om? Later bleek dat ik inderdaad heel bekend zou worden, maar dat maakte me niet echt populair.

Toen ik opgroeide hielden mijn ouders altijd feestjes op zaterdagavond en dan gingen ze daarna op zondag naar de kerk. Ik kon daar helemaal niet tegen. Om die reden haatte ik drank en alle mensen die dronken. Maar dat veranderde allemaal toen ik naar de universiteit ging. In de herfst van mijn eerste jaar vroeg een populaire jongen mij en een vriendin of we met hem en een paar andere vrienden naar een café wilden gaan. Ik wilde helemaal niet gaan, maar ik dacht dat het misschien een goede manier zou zijn om wat mensen te leren kennen. Mijn idee was om gewoon maar een cola te drinken, maar zij hadden het plan om deze naïeve eerstejaarsstudente dronken te voeren. Hun plan slaagde en ik verloor de strijd, letterlijk. Ik zou graag willen zeggen dat ik de situatie onder controle had, maar sinds die avond werd mijn leven overgenomen door de alcohol. Ik was eraan verknocht! Voor het eerst in mijn leven kon ik met jongens praten en het gevoel hebben dat ik bij de groep hoorde. Ik kon niet wachten tot het volgende feestje om weer dronken te raken en lol te hebben.

Later in die herfst ging ik uit met een knappe knul die een paar jaar ouder was dan ikzelf. Ik voelde me gevleid dat hij met mij uit wilde, maar dat was ongetwijfeld anders geweest als ik had geweten wat hij van plan was. Die avond gingen we naar bed. Ik werd zijn speciale speeltje voor de avonden waarop zijn vriendin niet beschikbaar was. Ik ontdekte al snel dat ik alleen uitgenodigd werd als ik de betreffende jongen gaf wat hij wilde. Dit leidde er toe dat ik mannen en mezelf haatte. Tegen het einde van het studiejaar was ik er trots op de grootste zuiplap en sloerie van de campus te zijn. Nou, dat is echt iets om trots op te zijn, nietwaar?

Lees nu deel 2 van "Ik haat mijn leven"!


WAT DENK JIJ? - Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: "Jezus is Heer", dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

Wat is jouw antwoord?

Ja, vandaag heb ik besloten om Jezus te volgen

Ja, ik ben al een volgeling van Jezus

Ik heb nog steeds vragen